Samen met TU Delft doken we in de vraag hoe een ruimte kan blijven inspireren, ook na de eerste indruk. Het ging over verandering, over nieuwsgierigheid en over hoe je mensen actief onderdeel maakt van een plek. In de loop van het proces werd duidelijk dat een statisch ontwerp geen optie was. We zochten naar een manier waarop de ruimte zelf mee kan bewegen met de tijd, het veranderende programma en de mensen die er dagelijks doorheen lopen.
In de entree ontstond de Playground: een installatie die voortdurend kan veranderen. De basis bestaat uit stalen frames die elk jaar anders geschakeld kunnen worden. Wanden, vloeren, daken en meubels kunnen eenvoudig worden losgemaakt en opnieuw geplaatst. Daardoor ziet de ruimte er steeds anders uit, zonder dat het zijn herkenbaarheid verliest.
Binnen die structuur wisselt ook de inhoud. Er is ruimte voor exposities die elk kwartaal veranderen en een conceptstore met een etalage die zich aanpast aan het moment. Zo blijft de begane grond in beweging en sluit het programma aan op wat er speelt.
Maar de belangrijkste laag wordt ingevuld door de gebruikers zelf. Studenten en medewerkers geven kleur aan de ruimte, soms letterlijk. Bij een interactieve wand volgt licht het silhouet van voorbijgangers. Elders nodigen blokken van verschillende hoogtes uit om zelf te bepalen wat een zitplek of een tafel is. Bij binnenkomst markeert een spiegelende poort de overgang. De Playground is geen vast decor, maar een plek die telkens opnieuw betekenis krijgt door wie er binnenstapt.

Fotografie:
Paolo Bouman








