Samen met de familie zijn we over de dijk gelopen om te voelen waar licht, wind en uitzicht het fijnst samenkomen. Dat was al snel duidelijk: richting het water, met de middag- en avondzon recht op de gevel. Tegelijk moest het paviljoen zich afsluiten van de weg erachter. Flexibiliteit werd een basisvoorwaarde. We kozen daarom voor een volledig te takelen paviljoen en een vlonder die is opgedeeld in losse segmenten—iedere zone makkelijk te demonteren als het Hoogheemraadschap weer langskomt.
"Een plek waar je even helemaal weg bent"
Onderweg ontstond ook het idee om de vlonder niet als één vlak te maken, maar in verschillende hoogtes en richtingen. Dat gaf lucht, speelsheid, en maakte het makkelijker om intieme en open plekken af te wisselen.
Het paviljoen opent zich nu vanzelf naar de zon en het water. Binnen, buiten en half-buiten lopen als een soort zachte overgang in elkaar over, met de lange eettafel als rustige as. De verlaagde zithoek met vuurplaats voelt door het riet en groen in de rugleuning als een kleine kuil waar je beschut tot rust komt.
De materialen dragen allemaal hun eigen sfeer bij: de angelim-vermelho vlonder warm en stevig onder de voeten; het zwart gebrande douglas op de gevels dat het paviljoen een rustige, bijna beschutte uitstraling geeft; en daarbinnen het lichte berken multiplex dat contrasteerd met de buitenschil. De dunne zwarte stalen kozijnen zetten een ritme in de gevels, alsof je door een reeks stille frames naar de dijk kijkt.
Fotografie:
Studio Klinkenberg







