Samen met de familie zijn we gaan praten over wat die Japanse verwijzingen voor hen betekenen. We liepen door het huis en voelden waar zo’n ruimte vanzelfsprekend zou kunnen landen. Het ging minder over stijl en meer over gebruik: wanneer stap je zo’n ruimte binnen, wat wil je daar kunnen doen, hoe verhoudt die zich tot de rest van het huis?
In die gesprekken ontstond het idee voor een tatami-ruimte, zorgvuldig ingebed in de woning. Samen met TMOJ architecten en Binkmeubel hebben we gekeken hoe we die plek konden afbakenen zonder haar af te sluiten. Transparant waar het kan, besloten waar het moet.
De tatami ligt nu ingesloten tussen twee muren, met een open zijde en een semi-transparante scheiding. Verticale bamboe lamellen markeren de overgang tussen de woonruimte en de tatami-plek. Ze zorgen voor afscheiding, maar laten licht en contact toe. Aan het plafond verzachten dunne bamboe lamellen het kunstlicht, dat diffuus op de tatamimat valt.



