Samen liepen we door de tuin. We keken vanuit de keuken, volgden het tuinpad en stonden stil bij wat er al was. De berk bleek geen obstakel, maar juist een vertrekpunt. In gesprekken ging het over zichtlijnen, schaduw, zitten en bewegen. Over hoe je aankomt bij het paviljoen en waar je blik naartoe gaat als je onder het dak staat.
Achter in de tuin staat nu een paviljoen met een terras dat aanvoelt als één geheel. Buiten en binnen lopen in elkaar over. Het donkere hout van de gevel contrasteert met de lichtere binnenzijde van het terras, waardoor je vanzelf de beschutting in wordt getrokken. De tafels en banken zijn onderdeel van het terras en nodigen uit om te blijven zitten.
Twee smalle ramen openen de hoek richting de achteringang en laten licht binnen. De berk krijgt letterlijk ruimte: het paviljoen is eromheen gebouwd, met daaronder de regenton. Vanuit de keuken kijk je nu recht door de tuin, onder het afdak door. Het dak volgt het pad en steekt aan beide kanten uit, waardoor alles logisch samenkomt. Hoe de plek zich verder gaat vullen met momenten en gebruik, zal de tijd laten zien.






